Uit de blogreeks ‘Het jaar van…’ die in de zomer van 2016 verscheen op ambitieuzemeisjes.nl

‘Impact’ was het jaarwoord dat ik tijdens het jubileum van AM in december koos voor 2016. Ik wilde  anderen vanaf nu écht gaan beraken met mijn werk. En mezelf meer laten raken door het leven. Ik had er zin in. En toch voelde het uitspreken van “Gelukkig Nieuwjaar” op 1 januari 2016 heel wrang. Want ik begon dit jaar met twee zekerheden; dat ik mijn Master zou behalen en dat ik één van mijn beste vrienden zou verliezen. Nu, halverwege het jaar, heb ik één van de twee achter de rug..

Vanuit de Master Crossover Creativity doe ik onderzoek in het Radboudumc naar de verbetering van de psychosociale zorg voor jongvolwassenen met kanker. Per jaar zijn er +/- 2900 leeftijdsgenoten die de diagnose kanker krijgen. Dat is dus ongeveer de helft van de studenten van een middelgrote hogeschool. 100 ruime klassen. 10 bomvolle collegezalen. Allemaal mensen middenin het leven, net zoals jij en ik.

Mijn doel is om met dit project meer aandacht te genereren voor een patiëntgroep waar, door de relatief kleine omvang, nog maar weinig onderzoek naar wordt verricht. Ik wil niet alleen zorgprofessionals de urgentie van betere psychologische begeleiding tijdens de behandeling laten inzien. Ik ambieer ook het maatschappelijke taboe dat nog altijd om kanker heen hangt een beetje te doorbreken, zodat wij met zijn allen beter gaan zorgen voor mensen in onze omgeving die getroffen worden door deze ingrijpende ziekte. 

Moet je je eens voorstellen dat je in deze fase van je leven met zoiets moet dealen. Dat je leven het ene moment helemaal het einde is, en dat je het volgende moment geconfronteerd wordt met een mogelijke levenseinde. Ik beluister wekelijks de impact die dit op patiënten en hun naasten heeft en hoe gek het ook klinkt; dit is de mooiste werkervaring van mijn leven. Wat leer je veel als mens maar ook zeker als professional als je aandachtig leert luisteren, onbevooroordeeld leert kijken en in verbondenheid leert aanvoelen waar behoeftes liggen. 

Hoe ingrijpend het leven met kanker is voor zowel patiënten als hun naasten ondervond ik zelf de afgelopen 5 jaar aan den lijve. Het nam een deel van mijn levensgeluk weg, figuurlijk. En in maart van dit jaar ook letterlijk, toen Joy overleed. Waar hij heel stellig voor stond is dat je je tijd beter kunt besteden aan het vieren en genieten van het leven, dan aan het vrezen van de dood. Het is nu 4 maanden geleden dat hij overleed en er is sindsdien nog geen dag voorbij gegaan dat ik daar niet verdrietig om ben geweest. Ik heb de eerste maanden van dit jaar grotendeels in een bubbel beleefd. Een aantal weken voornamelijk met mijn onder de dekens van mijn bed. Gelukkig heb ik mensen om me heen die nog sterker zijn dan ikzelf. Die mijn tranen soms voor me huilen. Die mijn verdriet daarmee heel even voor mij dragen. Die de rauwheid van mijn rouw iets verzachten, gewoon door er te zíjn. Zij hebben ervoor gezorgd dat ik er nu al weer sta. Dat ik weer kan lachen. Dat ik me steeds vaker naast mijn verdriet weer even een moment volmaakt gelukkig voel. Maar zij zorgen er vooral voor dat ik er weer kan zijn voor anderen, iets dat heel belangrijk voor me is. 

De dood van Joy heeft me voor het leven veranderd. Ik sta er anders in. Ik bén anders. Een andere ‘Ambitieuze Lotte’. Ambitie is voor mij niet langer iets dat gaat over de toekomst, het gaat erover of ik nú elke dag mijn levenstijd goed besteed. Het gaat om de vraag of ik iets zinvols uit mijn dag heb gehaald, of dat ik dat heb kunnen betekenen voor een ander. Er is geen ‘deadline’ die ik nog vrees, nu ik weet dat het enige echte belangrijke moment in tijd dat je kunt missen het ‘nu’ is. Ik heb geen bucketlist meer met dingen die ik nog wil doen voor ik doodga, maar een ‘leeflijst’ met ervaringen die ik koester omdat ik ze al heb beleefd of NU beleef, omdat ik ze nú wil doen. Rene Gude, de Denker des Vaderlands die eveneens overleed aan kanker, beschreef het zo prachtig in een interview dat ik ergens in de afgelopen maanden bekeek. Hij zei: “We zitten ons hele leven in een speedboot, in topsnelheid willen we naar dat stipje op de horizon. Als je geconfronteerd wordt met de dood kom je opeens in een roeiboot terecht. Je zit met je rug naar de horizon toe. Je peddelt gestaag terwijl je terugkijkt op waar je geweest bent.” 

Hoe de tweede helft van 2016 eruit gaat zien voor me? Ik durf het je niet te zeggen, ik zit voorlopig nog even goed in mijn roeiboot. Ik peddel gestaag verder, de laatste slagen richting mijn afstuderen. Met mijn rug naar de horizon. Kijkend naar de kringen die ik achterlaat op het wateroppervlakte. De resultaten van mijn onderzoek, die steeds groter worden, patronen laten zien, zich verspreiden. Vol verwondering kijk ik naar de impact die ik maak….